|
Haast verloren onder de Koerdische nomadenvolkeren van het rotsige Iraanse Westen die op hun weefgetouwen eerder ruwe kleden weven vormen de kunstenaars van Senneh, een stad in de provincie Arladan, een gelukkige uitzondering: van geslacht tot geslacht brengen zij ongemeen fijne tapijten voort, waarvan we de gelijke nergens in Perzië aantreffen. Zo prachtig is het weefsel, de tekening en het koloriet! De knopen van deze kleden, ook wel “Senneh”, “Senna”, or “Seneh” genaamd, zijn dikwijls zo fijn dat men ze met het blote oog nauwelijks kan merken.
Veelal zijn schering en inslag van katoen, ook in de zijden Senneh. In de veredeling is die zelfs ook van zijde. Meestal in ateliers geknoopt. De tekening van de Sennehtapijten onderging in de loop der tijden weinig wijzingen. Ontelbare kleine details bedekken het gehele tapijt., zonder daardoor de hoofdmotieven te onderbreken, maar daardoor niet minder fraai uitkomen. Ook het gebruik van de kleuren is voor dit soort van kleden zeer typisch, namelijk de afwezigheid van eenkleurige vlakken. Het evenwicht tussen de verschillende tinten is zo volmaakt dat men bezwaarlijk de hoofdkleur zou kunnen aanwijzen.
Op een roomkleurige ondergrond zijn vaak grote Mir a botahs aangebracht met daarin een fraai levensboompje, die omringd zijn met een ontzagwekkende hoeveelheid kleine, heldergetinte stippeltjes, bijeengebracht in een ineenvloeiend geheel van warme en ietwat gedemtpte kleuren maar ongemeen strelend voor het oog. Dat is het geheim van de oude Sennehknopers. Gelukkig worden deze tapijten nog steeds vervaardigd.
|
|